HD of Heupdysplasie
Wat is HD?
HD is een door erfelijke faktoren en uitwendige invloeden bepaalde ontwikkelingsstoornis van de heupgewrichten. Sommige honden ondervinden hiervan ernstig hinder. Er zijn echter ook honden met meer of minder ernstige misvormingen van de heupgewrichten, die daarvan geen last lijken te hebben. De beoordeling van het gangwerk van deze honden geeft onvoldoende informatie over de toestand van de heupgewrichten. Meer informatie hiervan kan worden verkregen met behulp van röntgenfoto's.
Voor een goede beoordeling van de heupgewrichten waren tot 1 mei 2002 twee röntgenfoto's van de hond in rugligging nodig: de gestrekte positie en de zogenaamde "kikvors-positie". De kikvors-positie wordt tegenwoordig dus niet meer gedaan.
Terwille van de betrouwbaarheid van de beoordeling worden er hoge eisen gesteld aan de kwaliteit van de documentatie (identificatie) van deze röntgenfoto. Wanneer niet aan deze eisen is voldaan, krijgt de dierenarts die de foto heeft gemaakt, daarvan bericht met een aantekening over hetgeen eraan mankeert met een verzoek om een nieuwe röntgenfoto te maken.
Bij de beoordeling van de HD-foto wordt gelet op de vorm van de heupkommen en de heupkoppen, de diepte van de heupkommen, de aansluiting van de heupkoppen in de heupkommen en de aanwezigheid van botwoekeringen langs de randen van de heupgewrichten. Informatie over de diepte van de heupkommen en de aansluiting van de koppen in de kommen wordt onder andere verkregen uit de zogenaamde "Norbergwaarde".
- De Norbergwaarde
Van beide heupkoppen (1) wordt het middelpunt bepaald en deze middelpunten worden verbonden met een lijn. In beide heupgewrichten wordt vanuit dit middelpunt een lijn langs de voorste rand van de heupkom (2) getrokken. De hoek (3) die beide lijnen in het middelpunt van de heupkop met elkaar maken, minus 90, geeft de Norbergwaarde van het betreffende gewricht. De Norbergwaarden van linker en rechter gewricht bij elkaar opgeteld geeft de "som Norbergwaarden", die op het rapport vermeld is.
De Norbergwaarden van linker en rechter heupgewrichten worden bij elkaar opgeteld en geven samen de op het rapport vermelde "som Norbergwaarden". Bij een normaal heupgewricht is de Norbergwaarde minstens 15, de som van beide heupen derhalve minstens 30. Honden met een te lage Norbergwaarde hebben dus ondiepe heupkommen en/of een slechte aansluiting van de gewrichtsdelen. Deze honden zullen dus een minder gunstige HD-beoordeling krijgen. Een normale of zelfs hoge Norbergwaarde betekent echt NIET zonder meer dat de betreffende hond goede heupgewrichten heeft. Een kombinatie van diepe heupkommen en incongruentie van de gewrichtsspleet (een niet overal even brede gewrichtsspleet) of onvoldoende aansluiting van de gewrichtsdelen kan, zelfs bij een hoge Norbergwaarde, leiden tot een (licht)-HD-positief beoordeling. Op het formulier wordt die aangegeven met "onvoldoende" of "slechte" aansluiting. Ook wordt informatie over de diepte van de heupkommen verkregen door te beoordelen hoe het centrum van de heupkop ligt t.o.v. de bovenrand van de heupkom. Naast de Norbergwaarde, die diepte van de heupkommen en de aansluiting van de gewrichtsdelen, wordt de uitslag ook beïnvloed door de aanwezigheid van "bot-afwijkingen". er is een rechtstreekse koppeling tussen de ernst (aangegeven met 0, 1, 2, of 3) van de botafwijking en de uitslag: zeer lichte botafwijkingen (1) leiden tot de beoordeling B, lichte (2) botafwijking leiden tot de beoordeling C en ernstige (3) botafwijking leiden tot de beoordeling D en hoger. De aanduiding "vormveranderingen" betreft meestal een meer of minder duidelijke afvlakking van de voorste rand van de heupkom. De
aanwezigheid hiervan wordt wel vermeld, maar heeft indien dit de enige bemerking is over het gewricht, in het algemeen geen doorslaggevende betekenis voor de einduitslag.
HD-beoordeling
Alle gegevens samen bepalen de definitieve beoordeling, waarbij het ongunstigste onderdeel uiteindelijk de doorslag geeft. Een bepaalde HD-beoordeling kan bepaald zijn door uitsluitend de diepte van de heupkommen, door de aansluiting van de gewrichtsdelen, de aanwezigheid van botwoekeringen, of door een combinatie van twee of alle drie onderdelen en dit is weer te herleiden uit de verschillende gegevens zoals die op het certifikaat zijn vermeld.
Deze definitieve beoordeling kan dan na 1 mei 2002 zijn:
A (was HD -) is HD negatief; betekent dat de hond röntgenologisch vrij is van HD, wat echter niet betekent dat de hond geen "drager" van de afwijking is.
B (was HD TC) is een overgangsvorm; betekent dat op de röntgenfoto een geringe verandering gevonden is, die weliswaar toegeschreven moet worden aan heupdyspasie, maar waarvan in het kader van de fokkerij geen direkte betekenis kan worden toegekend.
C (was HD +/-) is licht positief of HD+ is positief, betekent dat bij de hond duidelijke verandering, passend in het ziektebeeld van HD zijn gevonden.
D en hoger (was HD+) is positief tot optima forma (ernstig); tekent dat de heupgewrichten ernstig misvormd zijn.
Wanneer laten röntgenen?
Het verhaal om een hond na 1 jaar pas te laten röntgenen is inmiddels achterhaald. Het beste is bij de risico rassen op 16 weken een foto te laten maken en dan een zogenaamde distractie index te laten bepalen. Is de index >0.65 dan moet er operatief ingegrepen worden, is deze < 0.35 dan is hij zeer waarschijnlijk vrij van HD.
Herhaling van onderzoek heeft in het algemeen slechts zin bij honden, welke op een leeftijd van 1 tot 1,5 jaar werden onderzocht en waarbij een licht-positieve uitslag op grond van slechte aansluiting met al dan niet een bijbehorende lage Norbergwaarde tot stand kwam, terwijl er geen botafwijkingen werden vastgesteld. Op de juiste leeftijd onderzocht geeft een definitieve uitslag.
HD in de fokkerij
De HD-beoordeling geeft uitsluitend informatie over de toestand van de heupgewrichten van de individuele hond. Gegevens over de HD-beoordelingen van ouders, nestgenoten en nakomelingen zullen bijdragen tot een nauwkeuriger indruk over de fokwaarde van de betreffende hond. Het is daarom van belang dat de rasverenigingen over alle uitslagen kunnen beschikken en dat alle HD-foto's die gemaakt worden ook ter beoordeling aan de HD-kommissie worden voorgelegd, ook indien door de dierenarts duidelijke afwijkingen aan de heupgewrichten worden gevonden. Het is wenselijk uitsluitend met HD-vrije honden te fokken, omdat dan de kans op HD bij de nakomelingen het kleinste is. Bij rassen waarvan maar weinig honden beschikbaar zijn en bij rassen waarin HD vaak voorkomt is dit helaas niet altijd mogelijk. Binnen de rasverenigingen zullen fokkers in goed overleg met de Adviesgroep Fokkerij van de W.K. Hirschfeld Stichting kunnen vaststellen wat in het kader van de HD-bestrijding voor het ras noodzakelijk en mogelijk is, en wat in de fokkerij ten aanzien van HD nog verantwoord is.
HD bij Shelties
Er is vanuit de rasvereniging geen onderzoeksgebod voor Shelties. Volgens sommige fokkers bestaat HD helemaal niet bij Shelties en al zou een Sheltie wel HD hebben, dan heeft dat niets met erfelijkheid te maken+ dan komt dat door te gladde vloeren, slecht voer en te veel beweging, aldus deze fokkers. Andere fokkers menen dat we `niet op zoek moeten naar problemen`. Dat Shelties toch HD kunnen hebben is inmiddels bewezen, zowel in het buitenland als hier in Nederland.
Mochten er na dit nog vragen overblijven dan kunt u zich daarmee, bij voorkeur schriftelijk, wenden tot:
G.G.W. (voormalig Bureau W.K. Hirschfeld Stichting),
Postbus 75901, 1070 AX Amsterdam
Telefoon/fax 020-6794462 (uitsluitend tijdens kantooruren)